PRAAG - ARCHITECTUUR
   
REIZEN Magazine: Het grootste reisblad van Nederland





Gotiek
Praag, St. Vituskathedraal
Stijlperiode: 12de eeuw tot 1500.
Kenmerkend: drang naar verticaliteit en verlangen naar licht, vandaar veel kerken met spitsbogen, hoge ramen en roosvensters.

Voorbeelden:
  • St. Vituskathedraal Gotische kathedraal uit 1344, Prazsky Hrad (Praagse Burcht). Over de bouw is maar liefst 600 jaar (!) gedaan, en werd pas in 1929 voltooid.
  • Karelsbrug.
  • Oud-Nieuwe Synagoge, 13de eeuw, Cervena 2.

  • Barok
    Praag, Karelsbrug
    Stijlperiode: 17de en 18de eeuw.
    Kenmerkend: verlangen naar overdaad.

    Voorbeelden:
  • Heiligenbeelden op de Karslbrug.
  • St. Nicolaaskerk, Malostranské nám 25.

  • Neoclassicimse
    Praag, Rudolfinum
    Stijlperiode: 19de eeuw.
    Kenmerken: verlangen naar het opnieuw nastreven van de vermeende puurheid van de klassieken.

    Voorbeelden:
  • Rudolfinum, Alsovo nabrezi 12, 1876-1884, residentie van het Tsjechisch Filharmonisch Orkest.
  • Het Nationaal Theater, Narodni 2, 1868-1881.
  • Nationaal Museum, Vaclavske nam 68.

  • Jugendstil/Art Nouveau
    Praag, representatiehuis
    Stijlperiode: eind 19de eeuw
    Kenmerkend: een voorliefde voor het gebruik van nieuwe, moderne technieken (in de architectuur bijvoorbeeld grote glasoppervlakken), een afkeer van symmetrie en een voorkeur voor ornamentiek, waarbij bloem- en vogelmotieven domineren. Een jugendstilproduct is vaak een ‘gesamtkunstwerk’ dat dezelfde stijlkenmerken terugkomen in een gebouw, meubel of siervoorwerp. Zie ook: ART NOUVEAU.

    Voorbeelden:
  • Representatiehuis, Náměsté Republiky 5, gebouw uit 1911. Art nouveau op zijn uitbundigst. Multifunctioneel gebouw met cafés, lobbies, liften, trappenhuizen, restaurants en de Smetana- concertzaal. Tip: net naast het café op de begane grond is een charmante art-nouveaubiljartzaal die ook bereikbaar is via een trappenhuis aan de zijkant, vanaf de achteringang in de U Prasne branystraat.. In dit gebouw werd de staat Tsjechoslowakije uitgeroepen (28 oktobter 1918). Interieur is gedecoreerd met artnouveaubloemmotieven of de geometrische patronen van de Tsjechisch secesní (afscheiding/art-nouveau).
  • Hotel Páriz, pal achter het Representatiehuis
  • Evropa Hotel, Wenceslasplein
  • Hotel Centra, Hybernská 10

  • Kubisme
    Praag
    Stijlperiode: 1910 – 1925
    Kenmerkend: verlangen de driedimensionele wereld terug te brengen tot zijn geometrische vormen. Binnen de kubistische architectuur diende het kubistische element feitelijk alleen als versiering. Overigens zijn alleen in Praag en Wenen voorbeelden van kubistische architectuur te vinden.

    Voorbeelden:
  • Huis van de Zwarte Madonna, Celetná 34, 1911-1912 van Josef GocarMuseum gewijd aan het Tsjechisch kubisme, gevestigd in het eerste kubistische huis van Europa (1912) van Josef Gočár, beter bekend als ‘Het Huis van de Zwarte Madonna’. Het huis dankt zijn naam aan het barokke (!) Mariabeeld in de hoek van de gevel. Te zien zijn schilderijen, sculpturen en meubels. Op de begane grond is er een museumwinkel waar je boeken en servies kunt kopen. Op de eerste etage kun je koffie drinken in het Grand Café Orient.
  • Woonhuis, Libusina Straat 3/49, 1912-1913 van Josef Chochol

  • Modernisme
    Praag, Petrin toren
    Stijlperiode: begin 20ste eeuw
    Kenmerkend: het modernisme is een verzamelnaam voor vernieuwende stromingen in de kunsten en de maatschappij de eerste helft van de 20e eeuw.

    Voorbeeld:
  • Uitzichttoren op de Petrin-heuvel. De Praagse Eiffeltoren is 60 meter hoog en is in 1891 gebouwd. 299 Treden leiden je naar een platform met spectaculair uitzicht op de stad.

  • Functionalisme
    Praag, beurspaleis
    Stijlperiode: eerste helft 20ste eeuw
    Kenmerkend: de constructie en het uiterlijk van een gebouw worden bepaald door zijn uiteindelijke funtie. Schoonheid is als zodanig geen doel op zich. De communisten bouwden na de Tweede Wereldoorlog ‘vrolijk’ door op de dit franjeloze principe.

    Voorbeelden:
  • Beurspaleis (Veletrzni Palac)
  • Veletrzni Palac, Dukelských hrdinu 47
  • Museum voor moderne kunst.

  • Deconstructivisme
    Praag, dansende huis
    Stijlperiode: jaren ’70 (20ste eeuw)
    Kenmerkend: het deconstructivisme gaat ervan uit dat de maatschappij verwarrend en onzeker is. Men probeert dat ook in haar bouwwerken tot uiting te laten komen.

    Voorbeeld:
  • Het Dansende Huis, Rasinovo nabrezi 80/1981
    Ontworpen door de in Kroatië geboren Tsjech Vlado Miluníc in de geest van het deconstructivisme. ‘Ik wilde een gebouw ontwerpen dat de situatie in Tsjechië weergaf tijdens de Fluwelen Revolutie’, legt de architect uit. ‘Verandering, beweging. Twee torens, twee periodes: de totalitaire en de vrije wereld.’ De buurman vond het ook een briljant idee. Naast de plek waar het kantorencomplex in 1997 gebouwd werd, woonde niemand minder dan Vaclav Havel. De twee hadden grootste plannen voor een multi-functioneel gebouw dat zou moeten draaien om kunst en cultuur, maar helaas moest de eerste knieval aan het kapitalisme al tijdens het zoeken naar investeerders worden gemaakt. Om kort te gaan: een kantorencomplex bleek wel te realiseren. Maar dan nog was het moeilijk. De tekening was behoorlijk controversieel voor Praagse begrippen. Praag gaat immers prat op haar rijke historische architectuur. Goedkeuring kwam er dan ook pas nadat Frank Gehry zijn naam aan het project verbond. De man achter o.a. het Guggenheim Museum in Bilbao (Spanje) had voldoende autoriteit om de Pragenaars ervan te overtuigen dat dit gebouw er moest komen. Eenmaal gebouwd, kregen de twee dansende torens al snel de bijnaam ‘Ginger & Fred’ naar het beroemde danskoppel Ginger Rogers en Fred Astaire. Voor de rest heeft het gebouw niets met Hollywood kitsch te maken. Integendeel zelfs.
  • Klik op de foto's voor een volledige weergave
    CITYEXPERT PRAAG
    Weerbericht Praag
    MEER OOST-EUROPA
    STEDENTRIPS
      COPYRIGHT ANWB 2009 -Disclaimer